Hoever de geschiedenis van de parochie Laken en de lokale Maria-verering teruggaat blijft onduidelijk. De vroegst bekende, 17de-eeuwse afbeeldingen, tonen de 13de-eeuw­se, vroeg-gotische Onze-Lieve-Vrouwkerk en het omringend kerkhofje.

Omwille van de bijzondere devotie van Aartshertogin Isabella (1566-1633) voor het mira­ku­leuze Mariabeeld van Laken èn de heilzame eigenschappen van de Sint-An­nabron, zal het landelijke dorp tijdens de 17de eeuw uitgroeien tot een bij Brusse­laars geliefd bede­vaarts­oord. Het is dan ook geen zuiver toeval dat de Oostenrijkse Gouverneurs-gene­raal Aarts­her­togin Maria Christina en Prins Albert van Saxen-Teschen in 1781 het Groot Hof laten ombouwen tot hun zomerverblijf Schoonenberg, en met­een een eerste impuls geven tot de snel groeiende populariteit van het plaatse­lijk kerkhof: "Tout ce qui avait brillé dans le monde prétendit dormir du sommeil de la tombe au pied de l'église de Laeken, près du palais que se faisaient construire les derniers gouverneurs généraux de la Belgi­que" (A. Wauters, 1855).

Het verblijf op Schoonenberg van de Franse Keizer Napoleon Bonaparte en de Hol­landse Koning Willem I is slechts van korte duur, tot de Belgische vorst Koning Leopold I er zijn intrek neemt in 1831. Anticiperend op de laaiende nationalis­tische gevoelens van de bevolking, wordt de oppervlakte van het parochiekerkhof het jaar daarop méér dan verdubbeld (1ha 23a, in de richting van de huidige hoofdingang).

In oktober 1850 overlijdt koningin Louise Marie d'Orleans; in uitvoering van haar laatste wilsbeschikking ­wordt haar stof­felijk overschot bijgezet in de Sint-Barbaraka­pel van de Onze-Lieve-Vrouwkerk. Gezien de immense populariteit van de konin­gin bij de Brus­selse be­vol­king, worden dat­zelf­de jaar nog plan­nen ter goed­keu­ring voorge­legd voor een ­volgende, aanzien­lijke uit­breiding van het kerkhof (tot 2ha 46a) in ooste­lijke en zuidelijke richting (vanaf de huidige Calvarie tot aan het Ghémar-mausoleum).

Vier jaar later, in 1854 volgt de eerste steenlegging van de nieuwe, neogotische O.-L-Vrouwkerk met crypte en grafkapel voor het Belgisch koningshuis, naar ontwerp van architect Joseph Poelaert. Buiten gebruik gesteld en door het uitblijven van onderhoudswerken vervallen ge­raakt, dient de oude gotische kerk rond de eeuwwisseling grotendeels afgebroken te worden, slechts het koorgedeelte blijft bewaard.

De stadsuitbreiding van Brussel en bevolkingstoename van Laken confronteert het gemeentebestuur halfweg de jaren 1870 met plaatstekort op het kerkhof. Naar voor­beel­den in zuid-Europa geeft Schepen van Openbare Werken en ingenieur Emile Bockstael de aanzet (1868) tot een net van ondergrondse grafgalerijen, gekoppeld aan bovengrondse monumenten.
Militaire Ereperken herinneren aan de Wereldoorlogen 1914-'18 (Perken 35 en 36) en 1940-'45 (Perk 3, naar ontwerp van stadsarchitect Jean Rombaux); dit laatste mar­keert tege­lijk de laatste uit­brei­ding van het kerk­hof van Laken.

Historisch en kunsthistorisch situeert het belang van het kerkhof van Laken zich voornamelijk in de tweede helft van de 19de eeuw.
De grafmonumenten op de Lakense begraafplaats weerspiegelen de ontwikkelingen die zich voordoen in de 19de eeuw op het valk van architectuur en beeldende kunsten. De grote variatie in stijlen, typolgieën, materialen maken een bezoek aan het kerkhof van Laken tot een boeiende en leerrijke ervaring.